Naar de kantonrechter voor wijzigen OR-reglement

kantonrechter

De gemeenschappelijke ondernemingsraad van een onderneming waarin totaal zo’n 2200 werknemers in Nederland in dienst zijn wijzigt het OR-reglement. Zo wil de raad stoppen met het verkiezen van de OR middels drie kiesgroepen en in het vervolg het gehele personeel als één kiesgroep te beschouwen. Als ze de voorgestelde wijzigingen aan de ondernemer laten lezen is die het niet met deze wijzigingen eens en stapt uiteindelijk naar de kantonrechter.  Het reglement van de OR op deze manier niet zou bijdragen aan een goede toepassing van de wet (WOR).

De ondernemingsraad laat tijdig aan de ondernemer weten welke wijzigingen in het OR-reglement worden doorgevoerd. Op grond van artikel 8 van de WOR heeft de ondernemer het recht om zijn mening over de voorgestelde wijzigingen kenbaar te maken. In dit geval gebruikt de ondernemer het recht uit artikel 36 (lid 1) om als belanghebbende bij de kantonrechter een goede toepassing van de wet te vorderen, omdat de OR niet van plan is iets met de kritiek van de ondernemer te doen.

Oordeel van de kantonrechter

Ondernemer en OR zijn het eens over het feit dat het eerder gebruikte kiesgroepenstelsel op basis van drie verschillende divisies door allerlei reorganisaties niet geschikt meer is om opnieuw toe te passen.
De OR kan in zijn reglement bepalen dat er kiesgroepen ten behoeve van de OR-verkiezingen worden ingesteld, maar dat is niet verplicht (WOR – artikel 9 – 3e lid). Tegelijkertijd ligt er ook de verplichting om ervoor te zorgen dat de verschillende groepen van de in de onderneming werkzame personen zo veel mogelijk in de OR vertegenwoordigd kunnen zijn (WOR – artikel 9 – 4e lid).
De kantonrechter oordeelt dat een indeling twee kiesgroepen in witte boorden-werknemers en blauwe boorden-werknemers wél voorziet in een goede toepassing van de wet. Voor de beide groepen van werknemers gelden andere arbeidsvoorwaarden en hebben daardoor ook deels andere belangen. Het zonder kiesgroepen verkiezen van de OR biedt geen garanties voor een evenredige vertegenwoordiging in de OR van ‘witte en blauwe boorden’, van georganiseerden en de niet-georganiseerden, of oudere en jongere werknemers. De rechter oordeelt dan ook dat er twee kiesgroepen ingesteld moeten worden: één voor de ‘blue collars’ en één voor de ‘white collars’.
Het feit dat de OR commissies heeft ingesteld waarvan ook niet-OR-leden lid kunnen worden wordt door de rechter niet als voorziening voor het toepassen van artikel 9 – 4e lid van de WOR gezien.

Een ander dispuut met de ondernemer had betrekking op de volgordelijkheid van de kandidatenlijsten en het verlenen van kiesrecht aan ingeleenden in het reglement van de OR. De OR had er in het reglement voor gekozen om eerst de vakbonden in staat te stellen kandidatenlijsten in te dienen en daarna de niet-georganiseerden. De OR volgt daarmee de werkwijze zoals die in het voorbeeldreglement van de SER beschreven staat.
De kantonrechter ziet geen redenen de eis van de ondernemer om de volgordelijkheid aan te passen toe te wijzen. Ook het verlenen van actief (stemmen) en passief kiesrecht (kandidaat stellen) aan (alle) ingeleenden die langer dan 24 maanden bij de onderneming werkzaam zijn hoeft niet te worden aangepast. Artikel 1, 3e lid onderdeel a van de WOR bepaalt immers dat deze groep werknemers als ‘in de onderneming werkzaam’ moet worden gezien.

Commentaar

De WOR laat veel ruimte om naar een goede toepassing van de wet te zoeken. Zo kunnen kiesgroepindelingen op verschillende gronden worden vastgesteld. Denk aan: per locatie, indeling in functies, indeling in arbeidsvoorwaarden (cao’s), indeling in bedrijfsonderdelen e.d. Uiteindelijk is het van belang dat bij het verkiezen van de raad een goede afspiegeling van de organisatie mogelijk wordt gemaakt. In dit geval heeft de rechter dat getoetst. In de meeste gevallen komen bestuurder en ondernemingsraad daar in goed overleg weg uit en is een procedure bij de kantonrechter niet nodig.
Dat in dit geval de kantonrechter zo ver gaat om zelf de kiesgroepen in ‘blue collars’ en ‘white collars’ in te delen is opmerkelijk. Doorgaans krijgen OR en bestuurder de opdracht om gezamenlijk tot een passende en zo mogelijk evenredige kiesgroepindeling te komen.

ECLI:NL:RBROT:2017:9268