Als de ondernemingsraad heeft ingestemd met een gewijzigde pensioenregeling, dan is dat doorgaans voldoende om de gewijzigde regeling daadwerkelijk in te voeren. Maar als er belangen van werknemers door worden geschaad, dan is het voor die werknemers mogelijk om bezwaar te maken bij de kantonrechter. De OR moet immers met een redelijke en billijke regeling instemmen en daar was – wat 44 werknemers betreft – geen sprake van.

De 44 werknemers verzetten zich tegen een afspraak die de financierbaarheid van een pensioenregeling uit 2003 moest verbeteren. De pensioenopbouw wordt verlaagd van 2 procent naar 1,875 procent. Voor de werkgever verandert er niets, evenzo voor de groep medewerkers die 10 procent van het pensioengevend salaris blijven betalen. Maar medewerkers die voor 2003 in dienst gekomen zijn moeten door de aangepaste regeling nu pensioenpremie gaan betalen, terwijl ze dat voorheen niet hoefden te doen.
De OR heeft zich laten bijstaan door een pensioendeskundige en heeft met de voorgestelde regeling ingestemd. Een deel van de bonden heeft dat ook gedaan. De medewerkers die nu – eenzijdig opgelegd - pensioenpremie moeten gaan betalen zijn uiteindelijk naar de kantonrechter gestapt.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter heeft zijn oordeel gebaseerd op artikel 19 van de Pensioenwet. Een pensioenregeling kan alleen zonder de instemming van de betrokken medewerkers gewijzigd worden als die bevoegdheid om dat te mogen doen zelf in de overeenkomst terug te vinden is en als het werkgeversbelang zó zwaar weegt dat het belang van werknemers daarvoor - naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid - moet wijken. De kantonrechter vond de laatste grond niet echt onderbouwd.
De rechter vond de afwezige onderbouwing van redelijkheid en billijkheid zwaarder wegen dan de instemming die de OR aan het voorstel had gegeven, ook als 96% procent van de werknemers ermee kon instemmen. De werkgever moet de al ingehouden pensioenpremies aan de betrokken werknemers terugbetalen.

 

Klik hier om de uitspraak te lezen.