Die andere Parkinson

manager

Naast ‘de Parkinson’ van ‘de ziekte’ is er nog een andere Parkinson (geen familie) n.l. die van ‘de wetten’. Ik las er onlangs over… De wet van Murphy ( alles wat fout kan gaan gaat fout) en het ‘Peters Principle’ ( elke manager klimt op tot zijn eigen niveau van incompetentie) zijn van zijn (die tweede dus) gedachtengoed  afgeleid.

Deze Parkinson heeft twee wetten bedacht:

  1. Het werk van een taak dijt uit naarmate de tijd die voor deze taak beschikbaar is;
  2. De trivialiteitswet; de tijd die tijdens een vergadering wordt besteed aan een agendapunt is omgekeerd evenredig aan het bedrag dat met dit onderwerp gemoeid is

Beide kom ik regelmatig tegen in mijn praktijk en ik bezondig me daar zelf ook regelmatig aan. Het is verleidelijk om als je tijd hebt een taak nu eens echt goed uit te voeren. Los van de tijdsdruk en de stress die ervoor zorgt dat je je taak afraffelt. Mij gebeurt het trouwens regelmatig dat ik aan het eind van de tijd die ik voor deze taak heb gereserveerd, alsnog in tijdsnood kom.  Herkenbaar? Zeker als ik ook nog andere activiteiten moet doen waar ik tegenop zie (om wat voor reden dan ook), daar komt nog bij dat indirecte taken de neiging hebben zich spontaan uit te breiden. Wie kent niet de nieuwe manager op de nieuwe functie die na verloop van tijd een assistent nodig heeft omdat hij het te druk (gekregen) heeft? Dit geldt trouwens niet alleen voor managers, ook voor OR-leden en cursusleiders niet te vergeten.

De tweede wet heeft te maken met het feit dat je graag ergens over praat wat je snapt, kunt doorgronden en daarom daarover een mening kunt formuleren. Over dure, complexe zaken is dat vaak minder het geval. Dat gaat de kennis van de meeste vergaderaars vaak (ver) te boven. Om dat laatste zo min mogelijk te laten blijken en toch een bijdrage te willen leveren, richt men de aandacht over het onderwerp waarover men wel kan meepraten. …In Parkinsons termen: de kleur van het fietsenschuurtje.

Terwijl je van een Raad van Bestuur, maar ook van een OR en cursusleider zou mogen aannemen dat men met een helicopterview de complexiteit kan overzien. Dat blijkt helaas niet altijd het geval te zijn…

Met name deze tweede wet is hardnekkig. Daarbij kunnen emoties hoog oplopen. Wat hier aan te doen?

  1. Toegeven dat een en ander inhoudelijk te hoog gegrepen is voor je. Je kunt wel criteria aangeven waaraan je een oplossing getoetst zou willen zien. Deze criteria inruilen als een ander met betere criteria komt;
  2. Benoemen dat je vindt dat er om de hete brij wordt gedraaid en er geen werkelijk, wezenlijk en doeltreffend overleg plaatsvindt. Checken of de anderen dat ook vinden.

Ik neem me voor dit de komende tijd vaker te doen.