Ik heb tijd om weer een column te schrijven, Pak er maar een kopje koffie bij om wakker te blijven, pensioenen zijn droge en saaie stof,  maar wat mij betreft zeker het overdenken waard!

Ik las onlangs een aantal passages die mij uit het hart gegrepen zijn.

“De Britse belegger Legal& General Investment Management (LGIM) gaat extra letten op de pensioenbeloningen van bestuurders. Bouwen zij procentueel meer pensioen op dan de rest van het bedrijf, dan stemt LGIM vanaf volgend jaar tegen hun beloningspakket. Pensioenvoorzieningen en extra extraatjes zijn lang onder de radar gebleven…”;

”Het is simpelweg onrechtvaardig dat bestuurders relatief meer pensioen opbouwen dan de rest van het personeel. Het verschil in waarde dat bedrijven toekennen aan hun medewerkers komt al tot uiting in het salaris. Het ligt niet voor de hand daar door middel van hogere pensioenopbouw nog eens de turbo op te zetten. Zeker nu bedrijven en commissarissen graag betogen dat bedrijven niet alleen op aarde zijn om aandeelhouderswaarde te creëren, is een scheve pensioenopbouw ongepast. Bedrijven die er een dergelijk salarishuis op nahouden, laden de verdenking op zich het stakeholderbelang alleen voor de bühne te omarmen en lijken het personeel te vergeten.’”

Ferme taal en mooi gesproken, maar er is helaas ook nog een andere realiteit.  Pak nog maar een bitter kopje koffie“De grote pensioenfondsen hebben uitstekende rendementen gehaald op hun beleggingen in het eerste kwartaal van dit jaar. Maar dat helpt nauwelijks om de dekkingsgraden te verbeteren…” ”Kortingen op pensioenen komen daardoor steeds dichterbij.”

 “De vijf grote fondsen, ABP, PFZW, PMT, Bouw en PME zagen hun belegd vermogen met 7,5% tot 8,5% toenemen, vooral dankzij forse winsten op hun aandelenportefeuilles. Maar de dekkingsgraden bleven hangen rond de 100%, mede door de sterke toename van de verplichtingen als gevolg van de lage rente. Daardoor komen de fondsen (met uitzondering van Bouw) niet uit de gevarenzone. De metaalfondsen FME en PMT hebben eind van dit jaar een gemiddelde nodig van 104,3% of hoger. Als dat niet lukt moeten zij volgend jaar korten. ABP en PFZW komen in 2021 aan de beurt”;

Om de kortingsdreiging het hoofd te bieden moet er voor de zomer een pensioenakkoord komen, zodat de benodigde wetgeving tijdig door het parlement kan. Sloten koffie worden daarvoor aangerukt. In november j.l. was er bíjna een akkoord, maar het overleg mislukte omdat men het niet eens kon worden over de AOW-leeftijd en een regeling voor zware beroepen en ZZP-ers;

Morrelen aan de AOW-leeftijd is niet de oplossing in de verhitte Nederlandse discussie over doorwerken in zware beroepen”. Dat stelt een breed samengestelde werkgroep van pensioendeskundigen in een onderzoek naar flexibel pensioen, gepubliceerd door het pensioenonderzoeksinstituut Netspar. Zij zien meer in fiscaal voordelig bijsparen voor vroegpensioen, speciaal voor mensen met een laag inkomen.  De kosten voor een vroegpensioen zouden dan moeten worden opgebracht door werkgevers en werknemers in een bepaalde sector, geholpen door een belastingvoordeel. Te denken valt aan een verlaging van de franchise – het deel van het loon waarover geen pensioen wordt opgebouwd – of een hoger maximaal opbouwpercentage voor mensen met een laag inkomen.

Deze gedachte is volgens deskundigen het uitwerken waard omdat men het in Nederland niet eens kan worden over een lijst van zware beroepen en arbeidsverleden, -historie  en opleidingsniveau,  als criteria, op praktische bezwaren stuiten.

De bonden eisen een tijdelijke bevriezing van de AOW-leeftijd voor alle werkenden op 66 jaar. Ondertussen willen zij afspraken maken over nieuwe vroegpensioenregelingen, dat wil zeggen: de boete op vroegpensioen  moet worden afgeschaft en de 1 op 1 koppeling van de levensverwachting aan de AOW  moet van tafel. Zonder deze toezeggingen van het  kabinet willen zij niet verder praten over het pensioenstelsel.

Bij de pensioendemonstraties van 18 maart j.l. waren tienduizenden werknemers op de been om steun te geven aan de oproep van FNV, CNV en VCP voor een goed pensioen met de button ‘66’. Kabinet maak een einde aan de stijging van de AOW-leeftijd. En voor wie dat ook te zwaar is, moet de pensioenleeftijd verder omlaag. Als het kabinet niets doen, komen er vervolgacties;

Problemen voor lagere inkomens

Volgens de Netspar-auteurs is de verhoging van de AOW-leeftijd vooral een probleem voor de lagere inkomensgroepen. Hogere inkomens bouwen veel meer aanvullend pensioen op en kunnen dat gebruiken om eerder te stoppen met werken. Lagere inkomens hebben deze mogelijkheid niet omdat zij niet of nauwelijks kunnen sparen. Bovendien hebben zij een lagere levensverwachting en zijn ze gemiddeld 3 jaar voor pensionering chronisch ziek. Gezond genieten van pensioen is er dan niet meer bij.

Pogingen om de gezondheidskloof tussen laag- en hoogopgeleid te dichten hebben tot nu toe weinig opgeleverd volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. ‘In Nederland wordt veel gepraat over arbeidsomstandigheden of omscholing naar minder zwaar werk. Maar mensen krijgen vaak geen klachten door hun baan, maar door hun levensstijl’. Ongezond gedrag is goed voor 20% van de ‘gemiste gezonde levensjaren’, arbeidsomstandigheden maar voor 5% becijferde gezondheidsinstituut RIVM. Roken en overgewicht zijn de grote boosdoeners. Dat komt onder meer doordat preventieve gezondheidsmaatregelen, zoals het antirookbeleid, beter aanslaan bij hoger- dan bij lager opgeleiden. Maar nog een andere grote boosdoeners van toename van ongezond gedrag zijn (de toename van) flexwerk, onregelmatig werken en nachtarbeid;

Zwaar werk en gezondheid

 Ik las: “Ook laagopgeleide medewerkers kunnen meestal langer doorwerken. Hun fysieke gezondheid gaat vaak juist achteruit na pensionering. Zij bewegen minder en passen hun eetpatroon daar niet op aan. Langer doorwerken levert gezondheidswinst op. Maar dat gaat niet altijd op. Verplicht langer doorwerken in banen waar mensen weinig zeggenschap hebben over het soort werk dat ze doen is wel slecht voor de gezondheid. Maar als mensen gestimuleerd worden, al is het maar met een aanbod van scholing waardoor zij zich nog gewaardeerd voelen, pakt dit voor de gezondheid gunstig uit. De bereidheid van werkgevers om te investeren in ouderen is nu veel te laag. En als er al scholing wordt aangeboden, is die vaak niet toegesneden op de behoeften van ervaren werknemers.”

Nog een gedachte die ik laatst las:  ‘Minister Koolmees heeft een plan om 10% van je pensioenpotje in één keer te mogen opnemen’. Daar zitten voors- en tegens aan. Hoe zou het zijn om die 10% aan te wenden voor midlife-educatie tussen de 50 en 65 jaar om zo te zorgen dat je gezond je pensioen haalt? Mijn gedachte zou zijn  dat ook de werkgevers daaraan substantieel zouden moeten bijdragen in het kader van levenfase- en leeftijdsbewust personeelsbeleid.

U hebt nu genoeg bittere koffie op? Als medezeggenschapper genoeg informatie ontvangen om te pleiten voor levensfase bewust personeelsbeleid? Stiekem hoop ik trouwens dat u ook (weer) lid wordt van een vakbond. Nu is het tijd voor het ongezonde biertje, het borrelhapje ter gelegenheid van de komende Dag van de Arbeid. (En voor mij  een shagje.)

Hoeveel hebben we nodig?

Volgens jarenlang onderzoek van de ING overschat de Nederlander hoeveel pensioen hij later nodig heeft. “De trend sinds 2012 is dat de ongerustheid en onzekerheid groeien. Nederlanders sparen eigenlijk te veel voor hun pensioen, maar ze vrezen toch dat ze te weinig hebben”  “…liefst zes van de 10 burgers zijn bang onvoldoende geld te hebben na hun pensionering. Dat geldt met name voor Nederlanders. Van de gepensioneerden in Europa zegt de helft dat de levensstandaard er niet op achteruit is gegaan in vergelijking met hun werkzame leven. In Nederland is dat maar 36%. Van de mensen die met pensioen moeten gaan denkt maar 1 op de 4 dezelfde levensstandaard te zullen krijgen.” “Het zal deels te maken hebben met de hooglopende discussie over het korten van pensioenen in Nederland, de onzekerheid over de pensioenleeftijd en al die andere debatten. Maar in feite is het hier het beste geregeld, ‘dankzij onze drie pijlers: pensioen van de overheid, pensioen van de werkgever en eigen spaargeld. In Nederland hebben we een enorme spaarpot voor onze pensioenen klaarstaan…” “In het algemeen zijn dan de kinderen uit huis, zijn de hypotheeklasten veel lager en zijn ook de behoeftes minder. Natuurlijk zijn er uitzonderingen maar ik zeg altijd: “klaverjassen in Benidorm kost niet zoveel. De helft heeft na zijn pensioen zelfs meer vrije ruimte om te besteden dan daarvoor”