geuzenbrief-topbeloning

Onlangs las ik een stuk over Code Oranje, een hervormingsbeweging die onder meer tot doel heeft om na verkiezingen geen ‘besloten coalitiebesprekingen’ dat wil zeggen ‘achterkamertjesoverleg’ te organiseren.

Bij de verkiezingen voor de Provinciale staten klonk het frisse geluid dat een aantal politieke partijen de coalitieonderhandelingen voortaan transparant en openbaar willen organiseren. Onder die partijen bevonden zich Forum voor Democratie en GroenLinks, partijen die na de verkiezingen stevig in positie kwamen om hun voornemen waar te maken. Hun toelichtingen op onderzoek van Code Oranje lieten aan duidelijkheid niets te wensen over.

‘Forum is voorstander van een nieuwe politiek waarin veel transparanter wordt gewerkt en zaken niet meer achter de schermen via handjeklap worden bedisseld door de machtspartijen’. En GroenLinks ‘om de kloof tussen burgers en politiek te verkleinen is het belangrijk dat inwoners goed kunnen zien wat de inzet van partijen is in de onderhandelingen en of ze hun verkiezingsbeloften nakomen’(bron: Noord Holland.stemwijzer.nl).

De praktijk laat wat anders zien.  Neem de formatiegesprekken in Noord- en Zuid-Holland. In beide provincies werd FvD de grootste en maakt GL deel uit van de grootste drie. Maar tot op heden vinden de besprekingen toch in beslotenheid plaats.

Dat vind ik niet zo verrassend, eerlijk gezegd. Dit gebeurt veel vaker, ook in een kleiner verband, zoals in de medezeggenschap. Goede voornemens sneuvelen omdat oude gewoonten moeilijk te doorbreken zijn. Bovendien heb je het als nieuweling niet alleen voor het zeggen, maar je hebt ook te maken met overwegingen en afspraken vanuit anderen. Meestal worden argumenten gebruikt zoals ‘hebben we al geprobeerd, werkte niet’ of ‘de anderen zullen dit vast niet willen’ of erger nog ‘mooi idee, maar laten we ons nu focussen op de echt belangrijke zaken en werk je plan maar uit als initiatiefvoorstel’.

Herkenbaar wanneer nieuwe OR-leden nu eens echt werk willen maken van het contact met de achterban? Ik las laatst dat veranderen een contactsport is. Heel veel ondernemingsraden weten prima wat de essentie van hun taak is: vertegenwoordigen van de werknemers in het overleg met de directie. Dit met het organisatiebelang als uitgangspunt zonder de belangen van de werknemers te kort te doen.

Maar in de praktijk staan vaak, al dan niet bewust, andere zaken op de voorgrond. Of moeten we concluderen dat het verleidelijk is om je, als je verkozen bent, direct te gaan gedragen als iemand die weet wat goed is voor degenen die je hebben verkozen? Een frisse wind verwordt daarmee tot een lauw briesje zogezegd.

Wat hier aan te doen?

  1. Focus je nu eens niet op de mogelijke reactie vanuit de bestuurder. Ga niet “GBJ Hiltermannen” om zijn of haar gedachten in te vullen, maar laat het gewoon op je afkomen;
  2. “Ga op de koffie”. Besteed als OR-lid daadwerkelijk aandacht aan het contact met de achterban. Plan tijd in om ze daadwerkelijk te raadplegen, dat kan prima over actuele kwesties die op dat moment spelen. Hoogstwaarschijnlijk krijg je dan ook te horen welk gewicht ze toekennen aan deze kwesties, wat hun concrete ervaring en aandachtspunten met betrekking tot deze kwesties zijn. Dit hoort je overlegpartner waarschijnlijk niet. Deze praktijkinformatie versterkt je positie in het overleg met de bestuurder.  Boor je het kritisch vermogen van medewerkers niet bewust aan, dan verliezen mensen de lust om deze gedachten in te brengen en gaan deze gedachten verloren voor de organisatie. Ervaren OR-leden kunnen hier ook last van hebben.  Een gemiste kans om plannen beter te maken!
  3. Vergeet na afloop van een overleg trouwens niet om (mondeling) de resultaten uit het overleg terug te koppelen.